De hypotheekrente staat al enige tijd op een historisch laag punt. Stel dat de rente straks weer omhoog gaat, welke gevolgen zou dat dan hebben voor uw hypotheek? In eerste instantie zou u denken dat een hogere rente ook fors hogere maandlasten zou betekenen. Maar dat hoeft niet, afhankelijk van de hypotheek die u hebt. Andersom profiteert ook niet iedereen van lagere lasten wanneer de rente daalt. Hoe dat zit, leggen we u graag uit.

Hebt u een kortlopende hypotheek


Als u een kortlopende hypotheek heeft, die bijvoorbeeld al na één jaar moet worden vernieuwd, is de kans groot dat u in een periode van oplopende rentes te maken krijgt met hogere bruto rentelasten. Bij een variabele rente zal de opwaartse aanpassing meestal nog wat sneller verlopen. De toename van de netto rentelasten wordt, wanneer u voor hypotheekrenteaftrek in aanmerking komt, wat gedempt door de fiscale aftrek.

Hebt u een langlopende hypotheek?

In het geval van een langlopende hypotheek is een aantal scenario’s denkbaar, afhankelijk van het soort rente dat u betaalt:

1) Variabele rente


Bij variabele rente zal de hypotheekrente in de periode van stijgende rentes naar boven gaan, en weer naar beneden zodra de rentes weer dalen. Gemakshalve gaan we hier even voorbij aan de spaarhypotheek met variabele rente. Deze komt niet alleen weinig voor, maar is administratief bovendien moeilijk bij te houden. De effecten zullen overigens hetzelfde zijn als bij een spaarhypotheek met een vaste rente.

2) Flexrente of rentebedenktijd


Bij flexrente of rentebedenktijd is het belangrijk of u een financiële buffer heeft en / of het ernaar uitziet dat de rente verder zal stijgen. In een periode van hoogconjunctuur is een stijgende rente aannemelijk. Hebt u een buffer en is er geen hoogconjunctuur voorzien, dan kunt u een hogere rente vaak wel uitzitten. Hebt u geen buffer, of is een hoogconjunctuur voorzien, dan doet u er goed aan de rente vast te zetten.

3) Vaste rente


Bij vaste rente spelen twee dingen een rol: de termijn waarop de rente vast staat en de hypotheekvorm die u hebt. Als het nog enige tijd duurt voordat de rentevaste periode verloopt, hoeft u zich nog geen zorgen te maken. Als de hypotheek binnenkort moet worden vernieuwd of overgesloten, is dat een ander verhaal. Bij de meeste hypotheken zal een hogere rente doorwerken in hogere maandlasten, zij het dat de hypotheekrenteaftrek een deel van de stijging beperkt.


Bij de spaarhypotheek is dat een ander verhaal. Voor een spaarhypotheek geldt in algemene zin dat een hogere rente leidt tot een lagere spaarpremie, terwijl de hogere hypotheekrente aftrekbaar blijft. Daardoor zult u bij een spaarhypotheek veel minder merken van een stijgende hypotheekrente. Bij een beleggingshypotheek kan een langdurig hogere rente op twee manieren verkeerd uitpakken. Ten eerste gaat de hypotheekrente omhoog, en ten tweede houden beurzen niet van rentestijgingen. De kans is aanwezig dat het behaalde beleggingsresultaat zal achterblijven bij het beoogde doel.

Tot slot


Niemand weet wat de rente gaat doen. Een conclusie zou kunnen zijn dat u bij een spaarhypotheek altijd het beste uit bent. Het tegendeel is waar. Als de rente daalt, bent u bij de spaarhypotheek juist slechter uit. De hypotheekvorm die u kiest en voor u te allen tijde, ook bij andere rentes, betaalbaar moet zijn, is dan ook een persoonlijke zaak. Hebt u een financiële buffer? Hoe is het gesteld met de inkomensperspectieven? Zomaar een aantal vragen die relevant zijn bij het kiezen van de juiste hypotheekvorm. Onze tip: laat in alle gevallen enkele positieve en negatieve rentescenario’s berekenen, zodat u altijd weet waar u aan toe bent. En tevens u als hypotheekhouder uw verplichtingen kan voldoen, zodat een woningontruiming en executie verkoop niet tot de mogelijkheden behoren.